1. De uitspraak
  2. De idee
    1. de aanloop
    2. Het grote doel
    3. De brug
    4. De conversatie
    5. De conclusie
    6. Het begin
  3. De definitie
    1. De basis
    2. Nog meer
  4. Een voorspelling
    1. deathgrunt denkt na
    2. Een stelling
    3. De gedachtegang
    4. De vorm
    5. De symbiose
  5. Mijn eindexamen
    1. Hoe afstuderen
    2. Broad vs. point
  6. De projecten
    1. The spirit
    2. The alphab@
    3. The rest

Deathgrunt op het net

1 - De uitspraak

Internet is meer dan het medium op zich;

Het is de totale integratie van alle verworven media van deze eeuw met de absolute democratisering van vrijheid, distributie en beschikbaarheid van nieuws, informatie en communicatie voorop.

2 - De idee

De aanloop

De idee om middels een aantal projecten op Internet af te studeren ontstond op een redelijk warme zomerdag ergens in augustus 1996.

Het was één van die spaarzame dagen uit mijn studentenleven dat ik bij mijn ouders verbleef en ik met mijn vader in een discussie verwikkeld raakte over de zin en onzin van een eindexamen-expositie binnen de Kunstacademie als educationeel instituut.

Mijn vader, woonachtig in een soortement van kabouterhuisje bovenop een groene heuvel, stond onderaan de helling gras te maaien, bladeren te harken of misschien zelfs wel de heg te snoeien.
Dit alles waarschijnlijk in het kader van een laatste ultieme poging om toch nog iets aan de woestenij te doen, die in de volksmond ook wel "voortuin" getracht te doen worden uitgesproken genoemd.

Ikzelf, enige meters hoger in een aanzienlijk minder actieve houding gepositioneerd, bekeek de activiteiten onder mij, onderwijl licht het hoofd schuddend en mijn eigen analyses los latend op dit Hollandsch Tafereel.

Terwijl de na-zomerzon mijn huid enigszins teisterde en het mijn oogleden dwong om een neerzakkende beweging te laten tentoonspreiden begon er iets in mijn hersenen kort-te-sluiten;

"Hoe onlogisch kan een mens te werk gaan", ontsproot het in mijn geest...

"De natuur, toch een zelf-regulerend orgaan bij uitstek, wordt door de Mensheid, voortdurend gemanipuleerd, omgezet en naar eigen believen en ruimtelijke inzichten aangepast.

Eerst zaait men de kiemen des Levens in de grond teneinde een mooie heglaag te verkrijgen.

Dan zal er een periode volgen van besproeiing, bemesting en vertroeteling.

Wanneer de zaden goed aanslaan zal er zich dan uiteindelijk daadwerkelijk een mooie, groene heg het levenslicht gaan aanschouwen, zichzelf ontworstelend aan de duisternis die er aan de andere kant van de grasmat heerst.

Eenmaal in het stadium aangekomen, waarbij men kan constateren dat de heg goed volgroeid en stevig aangeslagen het externe milieu veroverd, komt de mens wederom in actie;

Knippen, schuren, zagen, harken, ja elke actie zal worden ondernomen om de heg te vormen naar de oogappel zoals die de eigenaar voor de geest staat."

Welk een arbeid, welk een bezigheid, beving het mij.

Kan men dan werkelijk niets anders verzinnen om een afbakening van het eigen territorium te verkrijgen?
Of vergis ik mij en is deze totale tak van bezigheden misschien wel een onderdeel van een veel breder scala aan activiteiten, die allen het Grote Doel dienen?

En zo ja, wat is dat Grote Doel dan wel?

Het grote doel

Voor mij was het grote doel op dat moment om het nieuwe schooljaar succesvol af te ronden, al moest ik daar eerst een eindexamen-thema of werkstuk voor verzinnen.

Ik had er net een stage van drie maanden opzitten en dat was nou ook niet speciaal een keurmerk van logica en geestelijk welbevinden geweest;

Ik moest elke dag aanwezig zijn, maar er was lang niet altijd genoeg werk om al die dagen activerend door te komen.

Gelukkig was ik op vrijdag altijd vrij, zodat ik dan tenminste vorm kon geven aan wat er tijdens de andere Dagen Des Weeks in mijn brein was ontsproten. En ik kon op die vrije dagen mooi de Kunst Van Het Afstuderen afkijken, namelijk bij de eindexamen-lichting van het leerjaar na mij.

En, het kon aan mij liggen, maar ontwarde ik daar, gemeten naar de maatstaven van mijn opvattingen over wat logisch is, ook niet een geheel inefficiënte situatie?

Studenten waren in de hitste hitte van het jaar bezig met het verzeulen van planken, het aanbrengen van grote plakken LATEX op witte muren die door deze pennestreken nauwelijks witter werden en het aanschaffen van vele materialen, welke allen omgevormd moesten worden tot presentatie-klare vormen.

Dit alles voltrok zich voor mijn netvlies terwijl ik genoot van mijn Vrijheid Van De Week en ik mijzelf voornamelijk bezighield met wat ik al tijden het liefste deed;

Mijzelf neder doen zetten achter een monitor en het toetsenbord van mijn computersysteem strelend alwaar het een klavier uit de veertiende eeuw.

En dan te bedenken dat alle activiteiten in die schoollokalen bedoeld waren om het werk van de student als individu zo goed en uitgesproken mogelijk naar voren te laten komen.

Met als ultiem verlangen het aan de externe voorbijgangers op de dag van het examen tentoon te spreiden. Maar dan moesten, nadat met veel gezweet en bovenmenselijke inzet een expositie-ruimte was gecreëerd, die geïnteresseerden wel naar Enschede komen.

Of all places...

En op het moment dat ik bijna weer een hyperaanval van extraboinatyse zenuw-ellende over me heen voelde komen, denkend aan de idee alleen al dat ook ik over een klein jaar zo zeulent door de lange gangen van het Instituut moest ploeteren, ontstond er voor mij, in de nu al veel groener en opgeruimder uitziende tuin, een virtuele brug die mijzelf met mijn gedachten verbond.

De brug

De brug, opgetrokken uit verschillende visuele atomen en lichaamsvreemde toxicalen, verbond de teloorgang van de geciviliseerde opkomst van de heg vóór mij, met de zojuist helder geestelijk gearticuleerde gedachtegang van het eindexamen ín mij.

Beiden gingen erom om iets te verkrijgen;

Om een heg uit de grond te trekken enerzijds, en om zoveel mogelijk mensen naar je eindexamen te ronselen anderzijds.

Voor de heg was er veel liefde nodig. Geduld ook, grote hoeveelheden kunstmatige natuurversterker en een zekere mate van tijdsoverschot.

Wanneer men maar genoeg zijn best deed, groeide de heg wel.

En om het absolute getal van grote te krijgen, daar waar het gaat om de getallen van opkomst bij je eindexamen, moet men reclame maken, mensen naar Enschede lokken, muren schilderen en vloeren schrobben.

Dit terwijl de heg uit zichzelf ook nog wel zou groeien, iets minder gemodelleerd misschien, maar toch, groeien dat deed hij wel.

Alleen... als je niemand duidelijk maakt dat ook jij in Enschede afstudeert en geen moeite doet om de hele ambiance prettig aan te kleden, dan komt er niemand.

Dan is er sprake van een gedegen vorm van miscommunicatie en dat is nou net iets wat je binnen een opleiding Visuele Communicátie niet kan gebruiken.

Aangezien ik heerlijk onderuitgezakt op de helling lag te liggen en ik op dat moment liever pas- dan actief was, bedacht ik dat het toch mogelijk moest zijn om de mensen als een heg, uit zichzelf de grond uitpositionerend, in aanraking te laten komen met mijn afstudeerwerk, en dan dus zonder alle inspanningen die daar normaal bij zouden komen te kijken.

Maar hoe?

De heg groeit uit zichzelf naar je toe, dus waarom zou mijn werk niet als een groene strook van aaneengesloten bladeren naar de Mensheid kunnen komen?

De conversatie

"Cyborg", vroeg ik, "bevalt die modem je eigenlijk?".

Zoals altijd sprak ik met mijn vader over computers en aanverwante hardware, zeker nu ik op mijn vrije dag zelf ook menig uur achter de machine doorbracht om nog iets van een creatieve uiteenspatting in scène te zetten.

Zelfs in de gedeeltelijk tot vrijheid gekozen vrije natuur kon ik over niets anders praten dan over die verduivelde rekenmachines die toch altijd weer zulke mooie dingen voortbrachten.

"Jazeker", werd er gereplyed, "ik zie mooie dingen op het Internet.

Creativiteit en programmering gaan er hand in hand."

Tja, Internet... wel is van gehoord, maar mijn computerbeleving was tot op dat moment toch voornamelijk een stand-alone erlebnis.

En programmeren, dat was toch iets met wiskunde en Booleaanse vergelijkings-algoritmes?

Of was een Booleaanse vergelijking een algoritme?

U ziet, ik wist van niets en had slechts spaarzaam over de schouder van mijn vader mee gekeken, daar waar het ging over de aanschouwing van de opbouw van Internet pagina's.

Maar, ja... het voordeel van een systeem als het Internet is natuurlijk wel dat je ergens op de wereld je spulletjes maakt, het op een centrale computer onderbrengt zodat het vervolgens door de compleet ge-online-de menselijkheid kon worden bekeken, hardop droomde ik rustig verder.

Alsof je de zaadjes plant voor een heg, die daarna uit eigen gelegenheid uit de grond groeit.

Het enige dat je hoeft te doen is af en toe kijken en het wonder voltrekt zich vanzelf.

"Lijkt me wel leuk, Internet", sprak ik naar beneden, lekker dingetjes maken en die dan wereldwijd tentoon spreiden.

Eigenlijk heb je dan één groot digitaal atelier tot je beschikking.

En je hoeft hem nooit schoon te houden of op te ruimen, behalve dan hier en daar een vergeten bestandje te deleten of een dooie-link te reactiveren.

Zoveel wist ik dan ook nog wel.

"Ja", zei mijn vader, "lijkt me echt iets voor jouw, je hebt bij dat stage bedrijf toch veel op de computer geleerd en het is toch redelijk uniek als je op zo'n manier afstudeert."

"Tja, gingen mijn analyses weer, maar Internet kost wel geld, veel geld had ik ergens gelezen, en met die paar gulden die ik per maand van overheidswegehand krijg, kan toch niet én mijn Internet abonnement, telefoonkosten én mijn eindexamen-materiaal kosten betalen"

"Je eindexamen-materiaal-kosten ís toch juist dat abonnement op het Net"
, werd er terug geademhaald.

Even was het stil...

De conclusie

"Okay", zei ik in een vlaag van verstandsverbijstering, veroorzaakt door de logica die door mijn vader genadeloos aan het door de zon beschenen daglicht werd gebracht, "dan studeer ik wel af via Internet.

Ik kom met mijn werk wel naar de mensen toe, in plaat van dat ze naar Enschede moeten afreizen om toch nog iets van mijn gedachtegangen te kunnen volgen.

Zoals de heg naar de mens toegroeit, zo zal ik mijn werk distribueren over het Internet, maar hoe?

Daar stond ik dan, bovenop die berg, met de armen radeloos langs mijn lichaam gedrapeerd.

Ik had geen modem, geen benul van hoe je iets maakt dat geschikt is voor het Internet, geen verstand van de Internet-taal, geen enkele notie van de termen die je wel eens in de krant zag en daarbij kwam;

Hoe serieus was deze bevlieging?

Ik had immers om de week een andere opvatting over hoe mijn eindexamen eruit zou moeten zien.

Het moesten grote foto's worden, of veel letter-boekjes of stripverhalen van affiche formaat, of iets wat dan wel anders was.

En nu dan áfstuderen op Internet?

Wat zijn de creatieve mogelijkheden daarvan?

Wat zijn de begrenzingen van het toelaatbare?

Wat ís Internet überhaupt?

Wat kan het, wat kan het niet.
Wat is het, wat is het niet?
Wat wordt het, wat wordt het niet?

Wat kan ik, wat kan ik niet?
Wat wil ik, wat wil ik niet?
Wat wordt ik, wat wordt ik niet?

Het begin

Zoveel vragen, zo weinig kennis, laat ik me eerst maar eens gaan verdiepen in de aanschaf van een modem en laat ik eerst maar een aantal boeken uit de plaatselijke boeken bibliotheek gaan halen, teneinde inzicht te krijgen in de materie van het Netwerk der Netwerken, zoals het pas pronkte op de voorpagina van de wetenschapsbijlage van de gedrukte versie van NRC-handelsblad...

Alleen, ik moest dan wel eerst lid worden van de bibliotheek, en had dus een identiteitsbewijs nodig.

Die ik dus eerst moest aanschaffen, waarvoor ik dus eerst een pasfoto moest laten maken, zodat ik eerst in de Gouden Gids ® een fotograaf in de buurt moest opzoeken en ik dus eerst naar binnen moest lopen om de boekenkast op te zoeken.

Niet écht efficiënt, dat Internet, dacht ik nog...

3 - Het Internet, of een poging daartoe

De basis

Okee, je hebt een computer.

Een stuk plastic met chips, transistors, systeemkaarten en veel soldeerpuntjes, die altijd afbreken wanneer je er niet op zit te wachten.

Laat dat gewoon een feit zijn.

En als je twee computers hebt, dan heb je twee maal zoveel soldeerpuntjes die kunnen afbreken.

Alleen...

Een computer staat natuurlijk niet te staan, behalve dan in één of ander archaïsch computermuseum, [ook op Internet te vinden; http://www.archaïsch-computermuseum.com] maar dat is voor deze poging tot het schrijven van een duidelijk en opbouwend betoog niet interessant.

Computers zijn er om dingen mee te doen, teksten te verwerken, spelletjes te spelen, muziek te maken, beelden te creëren, enz.

Als je twee computers hebt en je zorgt ervoor dat die twee dingen met elkaar in contact kunnen komen, dan heb je dus eigenlijk één computer die de kracht van twee in zich heeft.

Twee processoren, twee harde schijven, tweemaal de rekenkracht, en omdat het eigenlijk nog steeds twee computers zijn ook twee mensen die hem bedienen.

Het zou dus onzinnig zijn dat de twee computers middels een kabeltje en een kaartje wél met elkaar zouden kunnen praten en op die manier gedachten en werk konden uitwisselen, maar dat de mensen die erachter zitten verstoken zouden blijven van elkaars aanwezigheid.

Dus is het zaak om ook de mensen met elkaar te kunnen laten praten via die twee computers. Dat kan dus heel letterlijk, doordat ze berichten middels een programmaatje naar elkaar toe zenden, maar je kan natuurlijk ook bestanden doorzenden.

Mensch 1 maakt een foto en zorgt ervoor dat er binnen die foto een duidelijk statement zichtbaar wordt, Mensch 2 haalt die foto via het kabeltje en het kaartje binnen en bekijkt de foto.

Trekt zo zijn conclusies, nog voordat hij de deur van de kamer naast hem opentrekt om even naar zijn partner achter die ándere computer te stappen, alvorens hem dan wel haar uiteenleggent wat hij van de zojuist binnen de foto gedeponeerde frase had gevonden.

En dan nu wat groter denken;

Niet twee computers, maar in principe alle computers ter wereld. Laten we zeggen 30.000.000 computers worden met elkaar verbonden.

Dat neemt zo zijn logistieke problemen met zich mede.

Er zijn veel kaarten nodig, vele centimeters kabel en wat nu als de 24.432.123e computer in de kabelaansluiting wil praten met de 21.232e? Moeten al zijn commando's en aanverwante gedachtegangen dan via die resterende 2.421.980 computers tussen hun in worden verzonden?

Dat levert een best wel grote overhead en vertraging op, dus weg ermee.

En daar komt dus het Internet om de hoek kijken;

Alle computers met een modem [een apparaatje dat twee systemen in staat stelt om met elkaar, via een kabel, met elkaar te praten] zijn met elkaar verbonden.

Alleen niet middels een 1 op 1 verbinding waarbij dus elke computer een connectie heeft met elke andere computer, maar op een iets effectievere manier;

Wereldwijd zijn er vele duizenden grote computers in achteraf kamertjes weggemoffeld.

Dit zijn de zogenaamde "servers", computers die andere computers [die met die kleine modempjes] bedienen en in staat stellen om met elkaar te praten.

Al deze servers zijn ook weer met elkaar verbonden, zodat er op die manier middels zo'n modem toegang kan worden verkregen tot alle "servers" van de hele wereld.

Eigenlijk bestaat het Internet dus uit twee soorten computers;

Servers, grote systemen met al het spul op zich dat men ook wel het "Internet" laat heten [plaatjes, bestanden, teksten, geluiden, enz.]

En "clients" dat zijn dus die computers bij de gemiddelde Jan thuis.

Alleen de servers zijn met elkaar verbonden en om de democratie enigszins kans te geven, zijn alle cliënts weer met één server in de buurt in verbinding gebracht.

Eerst moet je dus met je eigen thuiscomputertje verbinding leggen met een server [inloggen bij je provider; een bedrijf met zo'n server] en daarna kan je via die grote computer van de provider in contact komen met alle andere servers, geplaatst over de hele wereld.

Voordeel hiervan is dus dat alleen de servers met elkaar verbonden zijn en je als eindgebruiker slechts één kabeltje naar je eigen server moet leggen [meestal een telefoonkabel].

Het is dus niet zo dat alle computers thuis direct zijn verbonden met het Internet. Dit is alleen indirect zo, omdat er altijd een servermachine tussen zit.

Spullen op je eigen computer kunnen niet zonder meer via een andere computer worden bereikt, omdat er eerst altijd "door de server" heen moet worden gegaan.

Tenminste, in de ideale situatie, er zijn altijd weer mensen die anders hierover denken...

Wanneer je een mooi plaatje hebt gemaakt en die vervolgens graag aan je tante Baberetoria in Australië wilt laten zien, is het niet voldoende wanneer je die slechts op je eigen computer zet.

Eerst zal je hem moeten zetten op de server waarmee je verbonden bent.

Vervolgens kan je lievelings-moeder-zus dan inbellen naar haar server, die dan weer contact legt met de server waar jouw plaatje op staat, zodat ze hem kan aanschouwen en je bloemen kan sturen en lieve verhaaltjes over de telefoon kan vertellen, zichzelf afvragend waarom ze dat na al die jaren van psychische verwaarlozing nu eigenlijk nog steeds doet.

Het is meer

Maar het Internet is natuurlijk veel meer dan een verzameling printplaten met draadjes ertussen.

Als je je dood staart op de technische verschijning van het Net ben je als waarnemer van een breed maatschappelijk verschijnsel te beperkt bezig.

Zoals een hamer meer is dan een stuk hout met ijzer erop, is het Net veel meer dan de technische definitie van een "wereldwijd netwerk van systemen" alleen.

Een hamer is een stuk gereedschap, bedoelt om spijkers door materie te slaan, zachter dan de spijker zelf.

En aangezien een hamer inmiddels breed maatschappelijk geaccepteerd is, wordt er niet meer gekeken naar de visuele verschijning ervan, maar slechts nog met een puur praktische approach.

Daar er Internet voor velen nog onbekend terrein is, zullen de meesten van ons het medium zien, zoals de Indianen de eerste hamers aanschouwden, zoals zij door de Vikingen in 812 a.c. in de Nieuwe Wereld werden tentoongespreid.

Maar wat is het Internet dan wel?

Eigenlijk is het Internet geen nieuw medium, maar de totale samenkomst van de belangrijkste traditionele media die we nu kennen.

Internet is meer dan het medium op zich;

Het is de totale integratie van alle verworven media van deze eeuw met de absolute democratisering van vrijheid, distributie en beschikbaarheid van nieuws, informatie en communicatie voorop.

Zoals gezegd is het Net een aftekening van onze maatschappij, en misschien nog wel één die proportioneel meer overeenstemt met de echte wereld om ons heen, dan op het eerste gezicht gezegd zou worden.

Ooit begonnen als informatiemedium tussen academies, bibliotheken en, nog eerder, als militair wapen, is het medium inmiddels steeds meer en meer een plek aan het worden waar mensen rondhangen en met elkaar communiceren.

Tot voor kort was het onmogelijk om makkelijk en goedkoop in contact te komen met mensen uit- en in het buitenland, maar via het Internet is dat zeer eenvoudig.

Je kan er met mensen praten, real-time bestanden zoals foto's of geluiden oversturen; eigenlijk net zo met elkaar communiceren zoals je dat zou doen wanneer je in dezelfde ruimte zou zijn.

Het is eerder uitzondering dan regel dat de ervaren Internet gebruiker [bij een nieuw medium heb je al snel "ervaren" en "minder ervaren" gebruikers] praat met iemand in Noorwegen, een foto van zijn past gekochte fiets doormailt naar iemand uit Albanië en tegelijkertijd naar RockFM luistert, een radiozender uit de woestijn van Midden-Amerika die alleen via het Net te bereiken is.

Dit alles terwijl CNN live verslag doet van de opstand in China en een vriend e-mailt of je zin hebt om vanavond te gaan stappen.

Okay, het is overdreven, zeker met de huidige opstoppingen en transfer-rates, maar waarschijnlijk zijn dat kinderziekten.

De mogelijkheden van een allesomvattend en alles vervangend / ondersteunend medium zijn er in ieder geval.

De computer is inmiddels het meest krachtige instrument wat we, in welke bedrijfstak dan ook, hebben.

Dus wat is er krachtiger dan een netwerk van die gereedschappen?

En aangezien alle "traditionele" media toch ook voornamelijk bestaan bij de gratie van computers en aanverwante hardware, kan het Internet als het ultieme medium van dit moment gezien worden.

Het Net is meer dan de grafische interface van het World Wide Web, waar voornamelijk software en allerhande informatie kan worden opgevraagd.

Er zijn chat-kanalen [babbelen met zijn 30.000.000 tegelijk], newsgroups [tienduizenden openbare "digitale prikborden" gerangschikt op onderwerp, waar mensen openlijk van gedachten wisselen over de meest uiteenlopende onderwerpen] en er zijn b.v. FTP-sites, waar de meest recente software opgehaald kan worden.

Maar bovenal is het inmiddels het stadium van de computer-nerd ontstegen. Het zijn allang geen freaks meer die op het Net rondhangen en alhoewel het bij de gratie van de computers bestaat, is de computer zelf op het Internet allang niet het hoofd-item meer.

Daarbij komt dat inmiddels ook een integratie van andere media bezig is.

Zowel letterlijk als figuurlijk;

Doordat het Internet niet gebonden is aan één medium [alleen beeld, of alleen geluid, of alleen drukwerk] maar in principe alle media in zich heeft die we kennen] en omdat de traditionele media ook meer en meer de mogelijkheden van het Net als ondersteunend medium ontdekken.

De logge media van de t.v. en de radio [log daar waar het gaat om de mogelijkheden van de consument om iets te veranderen aan de inhoud, het tijdstip van uitzending of wat dan ook] vullen het Internet dan ook niet aan, maar andersom is er zeker sprake van kruisbestuiving;

Veel t.v. uitzendingen worden ondersteund door een eigen site met aanvullende informatie en radio-uitzendingen zijn nu vaak al integraal via het Internet te beluisteren [zowel b.v. radio 1 als radio 538 alsook honderden andere stations van over de hele wereld].

Er zijn zelfs al stations die enkel en alleen nog maar via het Net uitzenden.

4 - deathgrunt voorspelt...

Een gedachte

Natuurlijk kun je stellen, dat wanneer je alle huidige media verwerpt en alleen het Internet als de guru onder de media ziet, je een grote massa "not-connected-people" over het hoofd ziet.

Zij missen immers de digitale revolutie, waardoor de maatschappij al snel wordt opgesplitst in de "have nots" en "have" -leefgemeentes.

Maar als je dan suggereert dat het zo'n vaart niet mag lopen met het Net, ben je denk ik te klein denkend bezig.

Als je dat zegt, impliceer je daarmee dus dat nieuws e.d. eigenlijk alleen nog maar verzorgd mogen worden via de huidige media, te weten televisie, radio en drukwerk.

Maar bedenk wel dat ook deze media voor velen op de wereld ook al onbereikbaar zijn, wegens kosten of afgelegen geografische woonplaatsen, bijvoorbeeld.

Daarbij komt dat er bij de introductie van elk nieuw medium altijd een groep mensen is die pionierswerk moeten verrichten en eerder het medium eigen maken dan de rest.

Juist doordat zij de nieuwe media promoten en een warm hart toedragen, komt de beschikbaarheid ervan op een veel lagere drempelwaarde te liggen.

Als je het daar allemaal niet mee eens bent, moeten we dus weer terug gaan naar de vacature van de stadsbode, die drie maal per dag het nieuws van drie dagen gelegen rond liep te bazuinen.

Het Internet daarentegen is relatief goedkoop én het doet er niet toe waar je woont, want het is in tegenstelling tot de andere media mondiaal bereikbaar.

Een moderne versie van de stadsbode is op Internet trouwens inmiddels ook al opgestaan.

Het bedrijfje pointcast [the opposite of broadcast] verzorgd om het halfuur [of wanneer je wilt] via Internet een aantal nieuwsuitzendingen die, zonder dat je er wat voor hoeft te doen, op de desktop van je computer komen [push-technologie; de gegevens worden naar je toe verzonden, i.p.v. dat je ze moet ophalen [pull-technologie]].

Nieuwsflashes, hoogtepunten, alles wat er in de wereld gebeurd wordt op deze manier tot het individu gebracht.

Ook hier komt de efficiëntie om de hoek kijken;

Bij een traditionele uitzending van b.v. het N.O.S. t.v. journaal moet je de hele twintig minuten uitzitten, terwijl je misschien alleen het laatste item wilt zien.

Ook weer een vorm van met een kanon op een mug schieten; het logge N.O.S. journaal is wel de meest duidelijke vorm van mis-communicatie en inefficiënt gebruik van nieuws-verspreiding.

Als eindgebruiker van een broadcast-medium kan je niets zelf bepalen;

Niet het moment van uitzending [je moet er op wachten (!)].

Niet de volgorde van item bespreking

Niet de lengte van elk item, helemaal niets.

Je bent als eindgebruiker compleet afhankelijk van wat de eindredactie bepaald en kan niets anders doen dan braaf afwachten tot jouw itempje voorbij komt.

De eindredactie bepaalt wat volgens hun interessant is en baggert dat vervolgens over het volk uit, dat doen ze in zulke grote getale dat er altijd wel iets tussen zit dat interessant is, maar het is natuurlijk compleet inefficiënt.

Een moderne vorm van dictatuur.

Bij pointcast daarentegen kan je zelf bepalen in welke onderwerpen je geïnteresseerd bent, of je er veel van wilt weten of weinig, alleen tekst of ook beeld op welk tijdstip enzovoorts.

Een stelling tussendoor

In principe kan je stellen dat;

Broadcast is dictatuur

Pointcast is democratie

En Internet kan [tot op heden] gezien worden als hét medium van de pointcast.

De ontwikkelaars van de p.c. kunnen dan ook worden beschouwd als de belangrijkste voorvechters voor de democratie van de moderne wereld.

Op het moment dat de computers in bereik kwamen van iedereen werd de regering daarmee een krachtig instrument ontnomen en door het volk eigen gemaakt.

Het was niet langer de regering die krachtige spullen had en daarmee databases kon aanleggen, toekomstplannen kon bereken en inzicht kon krijgen in het gedrag van de maatschappij.

Het wapen was nu ook in handen van de gemiddelde man.

Als één p.c. dus al een teken en bruikbaar gereedschap van vrijheid en democratie is, wat is er dan democratischer dan een netwerk van al die p.c.'s?

En dan de inefficiëntie van een ander breed geaccepteerde medium; de radio.

Een evolutionaire gedachtengang

Soms hoor ik goede muziek, maar voordat ik het kan tapen is het alweer voorbij, of ik wacht op een favoriete uitzending, maar moet plotseling weg zodat ik de hele boel mis.

Of je wilt luisteren en bent net aanbeland in een reclameblok van vijf minuten.

Zou het niet handig zijn om de radio te voorzien van een harde schijf waarop, sterk gecomprimeerd, 's nachts de gehele uitzendingen van welke zender dan ook wordt gedumpt, zodat je de volgende dag door die harde schijf kan lopen en dat kan horen wat je ook echt wilt horen?

Als er een reclame blokje aankomt spoel je de schijf door [...] en als er een goede track op is, hoef je niet in paniek naar een teepje te rennen, maar kijk je even op het LCD-schermpje en druk je op een toets zodat de exacte locatie van de track op de harde schijf wordt genoteerd.

Later kan je die dan weer lokaliseren en tapen.

Alhoewel... LCD-schermpje?

Een mooi beeldscherm is natuurlijk ook niet mis, en waarom zou je alleen geluiden tot je willen nemen.

Als je een track hoort kan het ook heel interessant zijn om documentatie over de muziek te horen.

Inclusief cd-previews, besprekingen en concert-data.

En het is natuurlijk ook mooi als je via de radio in contact kan komen met andere geïnteresseerde in die muziek.

Maar waar vind je die?

En als je toch in contact kan komen met andere mensen en er ook beeld bij kan krijgen, waarom zou je je dan beperken tot muziek alleen?

Alle items waarin men interesse in heeft moeten via de radio worden verspreid, op de harde schijf worden gezet en worden bekeken via het schermpje.

Het is natuurlijk ook handig als je een lyric van een band aantreft en in staat bent om hem uit-te-printen.

Er moeten naast een harde schijf dus ook een beeldscherm en print-apparaat aan de radio worden verbonden.

En als je wilt communiceren middels geschreven teksten moet er ook een invoerapparaat bij komen, iets met alle karakters van het Westerse alfabet erop, bijvoorbeeld, of een apparaatje waarmee je buttons op het beeldscherm kunt aansturen.

Kortom, de radio moet een computer worden, wil je echte pointcast hebben, maar de t.v. moet dat ook worden en onze brievenbus en de gedrukte krant...

Is het dan niet effectiever om al die bestaande apparaten om te vormen naar pointcast-apparatuur.

En dat is dus de computer aan het worden;

De computer an sich is geen pointcast-apparaat, maar door hem aan te sluiten op het Internet wordt het er wel één.

Middels het World Wide Web kunnen grafische documenten snel worden opgezocht, waar dan ook ter wereld.

Met gebruikmaking van [b.v.] RealAudio kunnen nu al honderden lokale radiostations worden ontvangen en eventueel het signaal ervan worden opgeslagen op harde schijf of gebrand op cd-rom.

Veel stations bieden nu ook al de mogelijkheid om fragmenten op te zoeken op hun server en die dan gedeeltelijk af te luisteren;

Vrij van de beperking van de kabelradio die elk signaal maar één maal doorzend en dan ook nog op een tijdstip en volgorde die ze zelf bepalen.

Het Internet archiveert op deze manier [al gaan er dagelijks vele gigabytes aan informatie verloren, doordat men bestanden wist] en is daarmee de grootste databank van de wereld geworden.

Een databank die, net als alle andere databases, moet worden vormgegeven. Zowel inhoudelijk als visueel.

Dit alles om efficiënt en prettig gebruik te bewerkstelligen.

De vorm

En dat is dan ook direct het grootste probleem, alsook de grootste uitdaging;

In welke vorm giet je een medium dat alle andere media in essentie aanvult of totaal overbodig maakt en dat alle traditionele media integreert?

En wat voor vorm kies je voor een medium waar zo weinig over bekend is?

Om tot een een min of meer standaardvorm te komen voor een medium als boekdrukkunst, zijn vierhonderd jaar nodig geweest, honderdduizenden boek-uitgaven en miljoenen mens-uren zijn er gestopt in de verzorging en uitdenking van vorm en concept binnen de boekdrukkunst.

Onmogelijk is het dus om nu al tot een kant en klare interface te komen, zeker voor zo'n dynamisch medium als het Internet.

Er zijn al wel een aantal standaard protocollen ontstaan, zoals een centrale homepage, een toolbar binnen een apart venster die toegang biedt tot de belangrijkste plaatsten van de site, maar een standaard waar het gaat om het overbrengen van de boodschap is er nog lang niet.

Voordeel van het feit dat Internet een relatief nieuw medium is, is ook dat er voor elke beslissing een bewust keuze moet worden gemaakt.

Niets is immers vanzelf sprekend, alles is mogelijk en niets staat dus vast.

En omdat alles opnieuw moet worden uitgevonden, kunnen de voordelen van andere media bewust gebruikt worden en de nadelen worden weggelaten en is de ontwerper veel bewuster bezig met het afwegen van beslissingen en het nemen van de juiste stappen om zijn idee te verwezenlijken.

Omdat alles mogelijk is, ontstaan er ook veel afgewogener en communicatief veel sterkere producten dan bij de beperkte media;

Drukwerk is alleen drukwerk, radio is alleen geluid.

Middels het Net kan je echter kiezen om bepaalde informatie via geluiden te verspreiden, andere informatie via text-only bestanden en weer andere informatie door middel van zowel text als geluid.

Het beste van elk medium kan dus worden gebruikt en daardoor kan de idee en de informatie veel krachtiger worden overgebracht.

Symbiose van de moderne tijd

En dan heeft het Net nog eens een meerwaarde;

Daar waar techniek en creativiteit voorheen meestal twee strikt gescheiden zaken waren, vind er dankzij de opkomst van deze nieuwe media een symbiose plaats tussen ontwerpers, programmeurs, text-editors, structuur-analisten, radio / televisiemakers, enzovoorts.

Normaal geef je een omslag vorm en zorgt de drukker er maar voor dat het gerealiseerd wordt, maar dat het Internet meer mogelijkheden biedt, en tegelijkertijd beperkingen opwerpt is niet alles mogelijk en moet de ontwerper goed op de hoogte zijn van de technische [on-] mogelijkheden.

De ontwerper wordt technischer en de techneut wordt creatiever in het bedenken van oplossingen en mogelijkheden.

Het Internet biedt door haar vrije publicatie mogelijkheden, de laagdrempeligheid voor beginnende uitgevers en de eenvoud van de presentatie de perfecte werkomgeving voor groepen van mensen.

Ontwerpers werken nu samen met codeerders, die weer overleg plegen met communicatie-deskundigen.

Alles valt en grijpt in elkaar en de hokjesgeest van de traditionele media maakt plaats voor een groter saamhorigheidsgevoel, omdat men met meerdere mensen en beroepsachtergronden toch allemaal aan het zelfde project werken.

Daarbij komt dat je ook als stand-alone uitgever uitstekend op het Net kunt werken.

Iedere vormgever met enig technisch en logisch inzicht kan binnen een paar dagen de ins-and-outs van HTML - de standaard opmaak text voor webdocumenten] beheersen en daarmee zijn beelden, teksten en geluiden in een duidelijke interface gieten.

Internet is daarmee niet alleen de integratie van de media die we al kenden [beeld, geluid, drukwerk, enz.] maar ook de integratie van alle beroepen die zich tot voor kort uitsluitend beperkten tot het medium waar ze zich mee bezighielden.

5 - Het Net en mijn eindexamen

Redenen om een beperkte analoge presentatie te houden

Eén van de grootste krachten van het Internet is de snelheid waar het om actualiteit gaat, en de efficiëntie ervan [bij goed gebruik].

Waar het bij traditionele media zoals drukwerk nog nodig is om rekening te houden met lange tijdsspanne, daar waar het gaat om de realisering van een bepaald product, is dat bij Internet nauwelijks aanwezig.

Een klein voorbeeld;

Ik kom net terug van school, en zie dat daar de uitnodigingskaarten gedrukt zijn.

Diverse mensen zijn druk bezig om ze in zakjes te stoppen, te voorzien van het juiste adres en het beplakken met postzegels.

Dit nadat er al vele weken aan voorbereidingen waren getroffen om de kaarten zo goed en goedkoop mogelijk te drukken en te verzenden.

Ik grijp een kaartje en fiets naar huis, scan hem in, maak er een kleine animatie bij en programmeer de juiste HTML pagina.

Vervolgens zet ik hem op mijn centrale server in Hengelo en de kaart is vanaf dat moment wereldwijd te bekijken.

In totaal duurde de hele actie nog geen uur [inclusief naar huis fietsen].

Dit is dan ook de grootste kracht van het Net; snel op de actualiteit inhaken is geen probleem, binnen enkele seconden kan een persbericht wereldwijd zijn verspreid, kunnen dossiers worden overgezonden en complete radio-uitzendingen worden gelanceerd, zonder toevoeging van extra apparatuur of kostbare investeringen.

En het is effectief; de mensen kunnen zelf wel bepalen of ze mijn animatie-kaartje willen zien of niet; ze kunnen gewoon totaal niet kijken, of de procedure halverwege afbreken.

Wanneer je iets op het Net zet en vervolgens de mensheid duidelijk maakt dat er iets te vinden valt, zullen de geïnteresseerde vanzelf kijken.

Ander voordeel is de enorme kostenbesparing van het Net;

Om een kaartje wereldwijd te laten zien is er slechts één exemplaar nodig;

het origineel.

Die wordt op de centrale computer gezet en vervolgens kan iedereen zijn exemplaar downloaden.

Vergelijk dit met de duizenden kaartjes die analoog worden verstuurd; het is toch alsof je met een kanon op een mug schiet, er wordt veel materiaal en geld verspild, terwijl het resultaat van een digitale versie even groot, zo niet groter, is.

Dit verhaal gaat natuurlijk alleen op bij media die zich ervoor lenen om via het Internet verspreid te worden.

Als je b.v. [om dicht bij huis te blijven] beeldhouwwerken of foto's van 3 bij 5 meter wilt exposeren, blijft de verbeelding via het Net toch kunstmatig. Je kan hooguit proeven van het aanbod en vervolgens beslissen of je het de moeite waard vind om af te reizen naar Enschede.

Een absolute meerwaarde boven de traditionele uitnodiging.

Daarbij komt dat wanneer je afstudeert binnen het Internet je meteen je doelgroep afkadert, wanneer je alleen per e-mail uitnodigingen rondstuurt.

Wat heeft het voor zin om bedrijven aan te schrijven om melding te maken van je homepage, wanneer dit bedrijf geen Internettoegang heeft?

Op het moment dat je alleen die bedrijven e-mailt die dus over een e-mail mogelijkheid beschikken, zullen ze ook beschikken over een mogelijkheid om je werk op het Net te bekijken.

Op deze manier scheidt je kaf van het koren, bedrijven zonder Internet ontvangen geen uitnodiging en omdat ze toch niet konden kijken, verlies je geen potentiële klanten.

Er valt wat voor te zeggen dat de mensen zonder financiële of technisch toereikende middelen deze dans ontspringen, maar dat is geen supersterk argument.

Ten eerste verandert de maatschappij voortdurend en worden er door de jaren heen steeds weer nieuwe media aangeboord.

Wanneer je niet achter wilt blijven zul je je dus moeten aanpassen aan het algemeen gemiddelde dat de media-prominentie van de maatschappij redigeert.

Als je echt vind dat sociaal zwakkere doelgroepen worden uitgesloten, moeten we ook afstand nemen van de manier om het nieuws enkel en alleen per t.v. of krant te distribueren; ook deze media zijn voor velen ter wereld te duur of anderszins onbereikbaar.

Op deze manier moeten we dus terug naar de eerder al geroemde en immers befaamde stadsbode, die gratis omroept wat er in de wereld aan de hand is.

Vijf dagen geleden, of zo iets...

Afstuderen via Broad- of Pointcast [speciaal gericht aan mijn docenten]

Gezien vanuit de stelling dat broadcast nu niet direct te prefereren valt boven pointcast [zeker daar waar het om Internet toepassingen betreft] is het niet meer dan logisch dat die stelling ook in mijn eindexamen-presentatie wordt doorgevoerd.

In tegenstelling tot de manier waarop de andere studenten tegen de eindexamen-expositie aankijken, vind ik de gehele presentatie binnen het gebouw van de academie een minor detail; het is nauwelijks van belang en valt qua importantie voor mij te verwaarlozen.

Als presentatie en verantwoording naar mijn begeleidende docenten toe valt het nog goed te praten, maar verder is elke inspanning die gemoeid is met het presentabel maken van mijn werk een inspanning te veel en trek je jezelf, door jezelf uitsluiten in Enschede te presenteren, in het belachelijke, daar waar het gaat om een digitaal en mondiaal afstudeerproject.

Het maakt daarom eigenlijk ook niet uit waar ik met mijn spul afstudeer, of ik nou in de doka ga zitten, of ergens in de bezemkast, door Internet-achtig-spul analoog en offline te presenteren speel je toch al verstoppertje.

Elke plek, anders dan het Internet, is wereldwijd immers al onbereikbaar en ver weg gestopt, dus maakt het relatief weinig uit of ik pontificaal naar voren treed met mijn werk of niet.

Zeker daar de bezoekers op de eindexamen-expositie waarschijnlijk andere mensen zijn, dan de bezoekers van mijn site op Internet.

Mijn meeste projecten lenen zich er ook niet voor om "in de wandelgangen" gepresenteerd te worden, daar je niet in één oogopslag doorhebt waar het om gaat.

Om te verwachten dat de grote rush naar mijn digitale werk binnen het tijdsbestek van één week en de onmogelijke locatie van Enschede als grensstad, kan nagenoeg naïef tot ondoordacht genoemd worden.

Het werk is digitaal, kenmerkt zich door de vrijheid van de benadering ervan via het Internet en wordt verkracht door het zo analoog en broadcast [met een medium reach] te presenteren.

In principe ontkracht je dus de kracht en strekking van het afstuderen via Internet door op analoge wijze de presentatie te verzorgen.

Elke moeite, gedaan om het werk naar de consument toe aantrekkelijker te maken, doet in feite afbreuk aan alle projecten die ik de afgelopen zes maanden heb ontworpen.

Hoe onzinnig is het om animaties uit te printen, of op VHS-tape te zetten, om meerdere systemen achter elkaar te zetten, voorzien van een browser met mijn werk?

Zeer onzinnig, zo wil ik wel stellen, het is toch juist de kracht van het Net dat de gebruiker ervan niet af hoeft te reizen naar de instantie die hem informatie verstrekt, maar dit geheel vanaf een door hem gekozen locatie kan bekijken, en eventueel kan opslaan op de harde schijf, zodat er later nog eens naar gekeken kan worden.

Door ervan uit te gaan dat mensen tijdens een eindexamen-expositie zin hebben om een halfuur achter een monitor te gaan zitten, teneinde mijn werk te aanschouwen, bega je als denker een grote fout;

Mijn werk moet thuis bekeken worden, geheel in de ambiance die past bij de vrijheid van het medium.

Ontdaan van alle restricties van een tijds- en plaats lokalisering binnen ons universum.

Daarbij komt dat het overzetten van mijn werk naar elk ander medium dan het Net wel de drempel verlaagd voor diegene die een aversie hebben, daar waar het gaat om het Net en digitale presentaties, maar zeker niet backwards-compatible is.

Het overzetten van tekenfilmpjes, opgenomen en volledig geïntegreerd binnen de structuur en hiërarchie van mijn werk naar bijvoorbeeld een PAL-formaat is het zelfde als het in-scannen van een beeldhouwwerk middels een VRML-formaat [een soort van 3d / virtual reality vorm van de huidige Internet taal];

It does the job, but is doesn't beat the real thing.

Het is fijn om iets toegankelijker te maken voor diegene die niet gewend zijn om met Internet te werken, maar dat kan beter gerealiseerd worden door een heldere en drempelverlagende interface van de projecten dan het aanleveren van de content in een compleet ander medium, daar dat nooit de gewenning en vertrouwdheid kan bereiken die het consequent presenteren van het werk, middels het medium waar het uiteindelijk voor is ontworpen zal bereiken.

Het is daarom dat ik uiteindelijk twee totaal verschillende projecten heb ontworpen die in retrospectief gezien elkaars tegenhanger zijn geworden en elkaar, wat drempelgrens betreft, uitstekend aanvullen.

[heren docenten, zijn jullie nu overtuigd?]

6 - De projecten

The Spirit

Eerst was daar "The Spirit" een voor de leek uiterst gecompliceerd en technisch zelfs voor kenners moeilijk uit te leggen en te aanvaarden project.

Het is een parodie op het Internet, zonder dat direct ergens uit blijkt.

Er zitten veel dubbele bodems in die door ontwetenden alleen als obstakels en niet interessant zullen worden ervaren.

Het gaat over een plug-in [wat is dat dan weer?] en over de manipuleerbaarheid van de grijze middenmassa [die ook op Internet een eigen aanwezigheid heeft, daar het Net niets meer en niets minder is dan een aftekening van de werkelijke maatschappij om ons heen].

Gespeculeerd is op massagedrag van de Internetman; kan je iemand zo gek krijgen hem iets te laten gebruiken waarvan hij met goed verstand weet dat hij het niet nodig heeft?

Doel was om de Internetmaatschappij "aan de Spirit" te krijgen; iedereen moest de plug-in downloaden, lid worden van de "Club of Spiritated people" en zijn pagina's op het Net "Spiritaten" en voorzien van de officiële Spirit-banner.

Dit alles moest gerealiseerd worden door de ontwikkeling van een website die erg corporate overkomt, zonder dat er in werkelijkheid een bedrijf achter zit.

Om het één en ander aannemelijker en aantrekkelijker [ik studeer immers af op Visuele Communicatie, dus met een droog concept kom je er niet] te maken, zijn er een groot aantal voorbeeldpagina's ontworpen.

Met het befaamde BEFORE / AFTER [Irritated / Spiritated] verhaal zijn er visuele voorbeelden gemaakt, om te verduidelijken wat de Spirit zoal doet.

Om de interactie met de gebruiker te vergroten, is er een club opgericht, bevolkt door een virtuele gemeenschap, waar mensen lid van kunnen worden na het invullen van een vragenformulier [uiteraard met volstrekt onzinnige, maar interessant uitziende vragen].

Alhoewel het resultaat er op het eerste gezicht [bekeken binnen de restricties van het medium en vergeleken met andere sites van dezelfde strekking] aantrekkelijk uitziet, is het geheel toch moeilijk en ondoorgrondelijk geworden.

Echt duidelijk waar het nu om gaat is het niet en hoewel de structuur van de site redelijk logisch tot zeer overzichtelijk is, kan men door het enorme aanbod van pagina's en de complexiteit van de materie toch snel de weg kwijt raken.

Debet aan deze conclusie is zeker ook dat er toen ik met het project begon niet volstrekt duidelijkheid had over wat de site nu precies moest opleveren en waar ik het speerpunt van wilde maken.

Terwijl het project vorderde kwam ik er achter dat de meest interessante sectie van de site toch vooral binnen de voorbeeldpagina's gezocht moest worden.

Maar omdat de onvrede met de andere drie secties [de homepage, de clubpage [wel geslaagd] en de shop-page [goed concept en duidelijk uitgewerkt, maar toch een grote drempel voor leken]] groter en groter werd, besloot ik geen tijd meer te steken in de perfectionering van de adds-sectie [de voorbeeldenbijlage].

Voor deze advertentie bijlage heb ik oud werk gebruikt, aangepast waar nodig, en daardoor kreeg ik de laatste drie maanden vrij voor een project dat het tegenovergestelde moest worden van de Spirit;

Laagdrempelig qua inhoud, duidelijke interface die niets te wensen over laat en een helder, van te voren uitgekristalliseerd concept.

Kortom, het was tijd voor...

The Alphab@

Het eerste wat opvalt wanneer je de Spirit opstart, is de duisterheid ervan die je als gebruiker tegemoet treed.

Verder zijn er vier locaties binnen de site, die allen weer zijn onderverdeeld in minimaal 3 andere secties, dus in totaal ruim 12 afdelingen.

Nogal veel voor een site waarvan het bij niemand bekend is waar die nu over gaat.

En omdat er veel kritiek over de grote drempel van de Spirit was vrijgekomen [van de docenten tenminste, de reacties en bezoekersaantallen van de online-wereld waren redelijk positief, en ik bespeurde bij mijzelf toch zeker ook een zekere vorm van onvrede] besloot ik om iets te maken dat het Internet als medium zou moeten verduidelijken en toegankelijker moest maken.

Een heldere stelling dus, die "alleen nog even" aangekleed moest worden. En omdat ik toch altijd al met letters bezig was geweest en typografie op het Net altijd is ondergewaardeerd [wat wil je, met een standaardkeuze van slechts twee lettertypes] besloot ik om de gehele site typografisch te maken.

Zie daar de zelf gestelde opdracht;

Ontwerp een puur typografische Internetsite, die uitlegt wat het Net nu is en als totaalscore moet opleveren dat de bezoeker ervan ná het bezoek meer feeling met het medium heeft dan voordat hij was ingelogd op www.alphab@.com ...

En omdat statische typografie binnen een dynamisch medium als Internet niet echt tot de verbeelding spreekt en het toch droge stof is die hoognodig eens aangekleed moest worden, besloot ik om alle begrippen die binnen de site verduidelijkt werden, met een aantal animaties te verluchtigen en te verduidelijken.

Er zouden 26 begrippen komen, per letter van het Westerse alfabet één, die allen dealden [...] met het Net, die begrippen zouden worden verduidelijkt door een korte, krachtige geschreven definitie, een uitgebreid voorbeeld [voor de doorzetters] en dus een animatie waarin het begrip duidelijk wordt gevisualiseerd.

En omdat je wel simpel begrip voor begrip kan aflopen, is het qua leerproces interessanter wanneer je al spelenderwijze de begrippen tot je neemt.

Didactisch zeer verantwoord en nog leuk ook, dus moest er een spel-element inkomen.

En om de haasters onder ons een kans te geven kwam er ook een kant en klare lijst, zodat je snel de animatie en het begrip kan zien.

Was dit alles nou wel "pointcast" genoeg?

Dat was in principe de kracht van de Spirit; het kwam volledig tot stand middels het Internet, leefde volledig voort op het Net en kwam aan zijn bestaansrecht via het Internet en wordt ook in leven gehouden door de Internet gebruikers.

Alhoewel dat een analoge presentatie totaal belachelijk maakte, was het wel een grote kracht, het buitte het Net in al zijn facetten uit en was dus "pointcast" ten voeten uit, de gebruiker bepaalde hoe zijn eigen Spirit er uit zag, stelde er één samen, downde hem binnen zijn eigen pagina, uploadde de pagina op het Internet en voegde daarmee een bestand toe aan de database van de Spirit.

Maar als je de uitlogde op het Net, dan had het geen waarde meer.

Om dat te voorkomen besloot ik om ook een offline versie van "the alphab@" te maken; zo had je een bredere penetratie van je eigen werk via het Internet dan een pointcast uitgangspunt alleen.

Het werk kon immers online bekeken worden, waar je wilt, wanneer je wilt en hoelang je wilt, maar kon ook gedistribueerd worden, daar de hele site gedownload kon worden om offline te worden bekeken.

Ten eerste had dit een aantal praktische voordelen; een verlaging van de data-traffic over het Net, waardoor de verbindingen sneller lopen, een verlaging van de online tijd, dus lagere telefoonrekeningen en gezien de compactheid van het project [nog geen 700 Kb] kon het spul ook middels floppies van persoon tot persoon worden verzonden.

Daarmee ontstijg je dus ook nog eens de beperking van het Net, dat mensen zonder verbinding niet kunnen profiteren van het aanbod erop.

En dat was een tweede voordeel;

Het programma werkt altijd en is dus niet meer gebonden aan het online zijn, het gaat wel over het Net [net zoals The Spirit in feite] maar komt er los van omdat het ook offline bekeken kon worden en het kan ook analoog worden verspreid [mee=geseald met tijdschriften, b.v.].

In feite was de perfecte symbiose gevonden van het verklaren van een medium middels een ander medium, zonder dat het daadwerkelijk werd verlaten.

Alleen daarom is het al overbodig om de animaties b.v. op tape te zetten, omdat dat laagdrempeliger zou zijn;

Door de offline distributie bereik je mensen die nooit op Internet zitten maar er wel meer van willen weten.

Dat is al laagdrempelig genoeg, als je nog lager gaat zitten, kom je nooit tot een brede acceptatie van het medium en moet je dus terug naar het niveau van de stadsomroeper, ter vervanger van de "high-tech" televisie nieuwsuitzendingen [die in vergelijking met het Internet dus even log en star zijn, als de stadsomroeper t.o.v. de televisie].

Daarbij komt dat een analoge presentatie van puur digitaal werk niet alleen kwaliteitsverlies op visueel vlak met zich mee brengt [pal-resolutie is vele malen minder dan SVGA resolutie, laat staan print-outs] maar ook inhoudelijk gaat het erdoor kapot;

De kracht is juist de interactie die de gebruiker ervaart als hij een goed antwoord geeft in het spel-gedeelte;

Meteen komt de definitie vrij en kan er snel doorgeklikt worden naar de animatie [toch de teasers binnen het project].

Natuurlijk kan je deze structuur en interactie ook bereiken door een soort van 3d doolhof te maken, met achter elke goed geopende deur een monitor met tekenfilm, maar dan betreed je het gebied van de binnenhuisarchitect en niet dat van de digitale vormgeving, waar ik me de afgelopen maanden mee bezig heb gehouden.

The rest

En dan is er nog de rest, een digitaal atelier gevuld met typografische uitprobeersels, animaties en autonome beelden

[ OddsAndAdds ]

Een spin-off van The Spirit [omdat men graag een toegankelijkere interface wilde hebben voor alle animaties in de "shop-sectie" zonder dat ik de pretentie had om de animaties voor een wijdpubliek toegankelijk te maken, ze waren immers onderdeel van de site en geen item op zich].

Dit resulteerde in The Animator Creator, een soort van mozaïkkanaal waarbij de gebruiker zelf 3 * 3 animaties kon activeren en dusdanig een eigen totaalbeeld kon genereren van 12 bewegende beelden.

[ The Alphabetic Beat Composer / A.B.C. ]

Ook zoiets, alleen veel ouder, is The Alphabetic Beat Composer [A.B.C.]. - een 26 kanaals mix-paneel met 26 knoppen.

Achter elke knop zit een gesproken [computer-generated] letter van het Westerse alphabet.

Als gebruiker kan je die characters aan- en uitzetten, laten versnellen en vertragen en het volume per kanaal regelen.

[ J.O.Y. ]

J.O.Y. is een experimentele website, bedoelt om te kijken of je middels een alternatieve interface tot een oplossing van een probleem kunt komen.

Middels animaties en beelden kan de gebruiker vele wegen doorlopen door de site en kan hij zo vele story-lines samenstellen, zonder dat hij op de paden hoeft te komen die hij al bewandeld had.

En er is ongetwijfeld nog meer te vinden op de homepage, alleen weet ik niet meer wat, omdat het nu alweer laat op de avond is en ik morgenochtend te vroeg moet opstaan om aan de slag te gaan.

Het gaat niet om Internet-spul dit keer, maar om dit echte analoge boekwerkje dat ik moet kopiëren en snijden in een oplage van 10 stuks.

Boekwerkjes, je weet wel, van dat papieren, onhandige spul, met een beperkte reikwijdte, waarvoor je als consument helemaal naar de winkel moet, zodat je een stukje geperst boom met drukinkt kan kopen en op die manier, vieze vingers overhoudend, informatie tot je kunt nemen.

De ultieme pull-techniek...

...maar wel leuk.


deathgrunt   |   enschede   |   26.06.1997   |   01:14:12 uur